Afdrukken

Woekerpensioen of wonderpensioen?

Salarisrendement | oktober 2009

U heeft er vast wel eens van gehoord: de woekerpolis. Dat is een polis waarbij (te) veel blijft hangen aan de strijkstok van de tussenpersoon of verzekeringsmaatschappij. Minder bekend is dat dit fenomeen ook speelt bij collectieve werknemerspensioenregelingen. Gevolg: uw medewerkers krijgen (veel) minder pensioen dan ze dachten. Tegelijkertijd betaalt u als werkgever te veel premie.

Wat is een woekerpensioen precies en hoe herkent u het? En wat kunt u er zelf aan doen? 

Pensioen: een dure aangelegenheid

De pensioenregeling voor uw werknemers kost al snel tussen de 15% en 20% van de loonsom. Werknemers werken dus bijna één dag per week voor hun pensioen. Daarmee is pensioen na salaris de duurste arbeidsvoorwaarde. In de jaren ’90 van de vorige eeuw, toen de beurzen maar bleven stijgen, zorgden spectaculaire beleggingsrendementen voor lage premies en stijgende pensioenen. Mede daardoor was er weinig aandacht voor de kosten die tussenpersonen en verzekeraars in rekening brachten. Maar sinds de recente beurscrash is op pijnlijke wijze aan het licht gekomen wat er écht aan de strijkstok blijft hangen.

Wat is een woekerpensioen?

Op basis van een onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) introduceerde het programma Tros Radar in 2006 voor het eerst de term “woekerpolis”. Bij een woekerpolis zijn de totale kosten hoger dan 2,5% over het belegd vermogen. Dit is de norm die in maart 2008 door de Ombudsman Financiële Dienstverlening werd aanbevolen. Later bleek dat ook bedrijven met een collectieve pensioenregeling vaak (te) veel kosten betalen aan hun verzekeraar of tussenpersoon. Meestal gaat het om zogenaamde beschikbare premieregelingen, die in de jaren ’90 erg populair waren. En daarmee was de term “woekerpensioen” geboren.

Hebben uw werknemers een woekerpensioen?

Het herkennen van een woekerpensioen is niet eenvoudig. Dat komt doordat er in elke pensioenregeling – dus ook die van úw werknemers - verschillende kostencomponenten kent, die niet altijd goed zichtbaar zijn. Daarnaast bevat uw pensioenregeling aanvullende verzekeringen (bij overlijden en/of arbeidsongeschiktheid) waar de verzekeringsmaatschappij (te) hoge risicopremies voor in rekening kan brengen.

Voor een goede indicatie kunt u wel zelf een vuistregel toepassen. Om deze vuistregel toe te passen telt u alle kosten bij elkaar op die de verzekeraar en tussenpersoon samen in rekening brengen over de jaarlijks te betalen pensioenpremie. Hetzelfde doet u voor de kosten die de verzekeraar in rekening brengt voor het beheren van het belegd vermogen. De benodigde gegevens hiervoor vindt u in het contract dat uw bedrijf heeft afgesloten met de verzekeringsmaatschappij. Als u er niet uitkomt, vraag dan een kostenoverzicht op bij uw tussenpersoon of accountmanager. Nadat u bovenstaande kosten in kaart heeft gebracht, kijkt u in de grafiek. Als u in het groene gebied uitkomt, is het onwaarschijnlijk dat u te maken heeft met een woekerpensioen. Komt u uit in het oranje gebied, dan zit u in de gevarenzone: hoewel formeel geen woekerpensioen zijn de kosten hoog. Voor een collectief pensioen hoort u aanzienlijk minder kosten te betalen dan voor een individueel verzekeringsproduct. Bij rood heeft u zeer waarschijnlijk met een woekerpensioen te maken. De premie die u betaalt is buitensporig hoog.

Voorbeeld 1

Een bedrijf met 200 werknemers betaalt 1 miljoen euro pensioenpremie per jaar. Het contract is rechtstreeks gesloten met de verzekeringsmaatschappij, er is geen tussenpersoon. Dit bedrijf betaalt aan administratiekosten 4% over de premie plus €50,- per werknemer per jaar. Verder brengt de verzekeraar, buiten de premies voor overlijden en arbeidsongeschiktheid, geen kosten over de premie in rekening. De totale kosten over de premie bedragen dus: 4% + (€50,- x 200 medewerkers / 1 miljoen euro premie) = 5% van de premie. Daarnaast betaalt het bedrijf aan vermogenskosten in totaal 0,75%. Hiermee belandt dit bedrijf in het groene gebied van de grafiek. Conclusie: dit bedrijf betaalt een marktconforme pensioenpremie.

Voorbeeld 2

Een bedrijf met 100 werknemers betaalt € 700.000 pensioenpremie per jaar. Dit bedrijf betaalt over deze premie de volgende kosten: € 35.000 aan advieskosten voor de tussenpersoon en €35.000 aan administratiekosten. In totaal dus 10% van de premie (immers, € 70.000 / € 700.000 = 10%). Daarnaast betaalt het bedrijf over de beleggingen 0,75% rentemarge plus 1,25% vermogensbeheerkosten, in totaal dus 2% over het vermogen. Met deze kosten belandt dit bedrijf in het rode gebied van de grafiek. Conclusie: dit bedrijf heeft waarschijnlijk te maken met een woekerpensioen.

Rood of oranje?

Komt u uit in het rode gebied? Dan is het verstandig om direct met uw verzekeraar of tussenpersoon om tafel te gaan, het is zeer waarschijnlijk dat de kosten buitensporig hoog zijn! Mocht u er niet uitkomen dan kunt u formeel een klacht indienen, eerst bij uw pensioenuitvoerder en daarna bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening en de rechter. Kijk ook wat hierover staat in het contract met uw verzekeraar.

Komt u uit in het oranje gebied? Ook dan is er aanleiding om met uw verzekeraar of tussenpersoon om tafel te gaan. De kosten zijn waarschijnlijk te hoog. Kijk wanneer het contract eindigt en zeg het formeel op. Nodig eventueel andere partijen uit om te komen tot een tarief dat wél marktconform is.

Pieter Marres is actuaris en helpt bedrijven ondermeer met het verlagen van hun pensioenkosten.

Locatie

Gebouw "Yellowstones"
Nijverheidsweg 60/11
3812 PM AMERSFOORT

Contact

  • 033 - 445 18 41
  • Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

OXYLO Actuarieel Advies

KvK: 57282285

Volg ons